Uitspraak
12.6759 AWBZ
16 november 2012, 12/1562 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant met ernstige psychiatrische problematiek vroeg herindicatie aan voor AWBZ-zorg, specifiek begeleiding, maar deze werd afgewezen omdat behandeling vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) mogelijk en voorliggend is. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant zich voor zijn klachten in een klinische setting moet laten behandelen en dat zijn weigering niet aan zijn ziektebeeld is toe te rekenen.
In hoger beroep bracht appellant nieuwe stukken in, waaronder een behandelplan van GGZ Altrecht en verklaringen van medisch specialisten, waarin werd gesteld dat zijn weigering voortvloeit uit zijn psychiatrische stoornis. De medisch adviseurs van het CIZ handhaafden echter het standpunt dat behandeling voorliggend is.
De Raad oordeelde dat de nieuwe informatie onvoldoende twijfel zaait over de eerdere bevindingen. Uit het behandelplan blijkt niet dat de weigering tot klinische opname uit het ziektebeeld voortkomt en ambulante proefbehandeling wordt voorgesteld. Een mail van een psychiater die stelt dat weigering niet aan appellant kan worden toegerekend, verandert hier niets aan omdat ambulante behandeling blijft voorgeschreven en het mailbericht niet op de relevante periode ziet.
Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herindicatie omdat behandeling vanuit de Zorgverzekeringswet voorliggend is.