Uitspraak
22 oktober 2013, 12/2786 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft de minister van Defensie per e-mail in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op een bezwaarschrift. De minister besloot later op het bezwaar, maar gaf aan dat de ingebrekestelling niet was ingeboekt omdat deze niet schriftelijk was ingediend, wat volgens de wet vereist is.
Appellant maakte bezwaar tegen deze mededeling, maar de minister verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het slechts een mededeling van feitelijke aard betrof en geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de minister elektronische ingebrekestellingen accepteert, en dat de mededeling van de minister geen besluit is waarop bezwaar mogelijk is. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het beginsel van fair play faalde. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet schriftelijk indienen van de ingebrekestelling; het hoger beroep wordt verworpen.