ECLI:NL:CRVB:2014:2748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant, werkzaam als hovenier, viel uit wegens rug- en psychische klachten. Het UWV stelde bij besluit vast dat appellant niet arbeidsongeschikt is in de zin van de Wet WIA en wees een uitkering af. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze beslissing, stellende dat zijn psychische klachten zwaarder wegen dan erkend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt. Appellant herhaalde zijn bezwaren in hoger beroep, met name dat het advies van Argonaut niet was betrokken en dat zijn beperkingen groter zijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en volledig is geweest, inclusief aandacht voor psychische klachten en het betrekken van het psychiatrisch rapport. Het advies van Argonaut is niet in het dossier opgenomen en kan daarom niet worden meegewogen. Er is geen aanleiding om de functies die aan de beoordeling ten grondslag liggen als ongeschikt te beschouwen.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af. Er is geen grond voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Geen recht op WIA-uitkering, hoger beroep afgewezen.