ECLI:NL:CRVB:2014:2767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing procesbelang bij bijstandsaanvraag en afwijzing schadevergoeding
Appellant diende op 18 december 2010 een aanvraag om bijstand in op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) met ingang van 15 november 2010. Het college stelde deze aanvraag op 19 januari 2011 buiten behandeling. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Bij besluit van 23 juni 2011 kende het college op basis van een nieuwe aanvraag van 30 mei 2011 aan appellant met terugwerkende kracht vanaf 15 november 2010 bijstand toe.
De Raad oordeelde dat appellant hiermee een resultaat heeft bereikt dat vergelijkbaar is met het resultaat dat hij met de beroepsprocedure tegen de buitenbehandelingstelling kon bereiken, waardoor hij geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn oorspronkelijke zaak. Verder werd geoordeeld dat de door appellant gestelde schade niet verband hield met de buitenbehandelingstelling van zijn aanvraag en dat het verzoek om schadevergoeding daarom moest worden afgewezen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek tot vergoeding van schade af. Er was ook geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het beroep en wijst het verzoek om schadevergoeding af.