ECLI:NL:CRVB:2014:2792

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 augustus 2014
Publicatiedatum
20 augustus 2014
Zaaknummer
11-3572 AWBZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ). Na een tussenuitspraak van de Raad op 15 januari 2014 heeft het CIZ op 30 mei 2014 een gewijzigd besluit genomen waarin het geheel tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant.

Naar aanleiding hiervan heeft appellant op 18 juni 2014 het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling tegen het CIZ. De Raad heeft met toestemming van partijen het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten.

De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet het bestuursorgaan veroordeeld kan worden in de proceskosten indien het geheel tegemoet is gekomen aan de bezwaren en het beroep wordt ingetrokken. De proceskosten zijn begroot op in totaal € 2.435,-, verdeeld over bezwaar, beroep en hoger beroep.

Vergoeding van eigen bijdragen is niet mogelijk en voor griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het CIZ wenden. De Raad heeft het CIZ veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan appellant.

Uitkomst: Het Centrum indicatiestelling zorg is veroordeeld tot betaling van € 2.435,- aan proceskosten aan appellant.

Uitspraak

Datum uitspraak: 20 augustus 2014
11/3572 AWBZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 23 mei 2011, 09/1149 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
Centrum indicatiestelling zorg (CIZ)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft op 15 januari 2014 een tussenuitspraak gedaan, gepubliceerd onder ECLI:NL:CRVB:2014:289.
CIZ heeft op 30 mei 2014 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 18 juni 2014 heeft mr. Klein Hesselink namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht CIZ te veroordelen in de proceskosten.
CIZ heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken omdat CIZ met de beslissing op bezwaar van 30 mei 2014 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding om CIZ te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), begroot op € 974,- in bezwaar, € 974,- in beroep en € 487,- in hoger beroep, in totaal
€ 2.435,-.
In de bijlage van het Bpb is een limitatieve opsomming gegeven van de proceshandelingen waarvoor een forfaitaire vergoeding kan worden toegewezen. In vergoeding van de te betalen eigen bijdragen, zoals door appellant is verzocht, is daarbij niet voorzien. Deze kosten komen dan ook niet voor vergoeding in aanmerking.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot CIZ wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt CIZ in de kosten van appellant tot een bedrag van
€ 2.435,-.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2014.
(getekend) J. Brand
(getekend) J.A. Achterberg

HD