ECLI:NL:CRVB:2014:2794
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante meldde zich in januari 2009 ziek vanwege schildklierklachten en bijkomende aandoeningen. Het UWV stelde bij besluit van juni 2011 vast dat haar arbeidsongeschiktheid op de peildatum 13 januari 2011 minder dan 35% bedroeg, waardoor geen recht op WIA-uitkering ontstond. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat het besluit was gebaseerd op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag.
In hoger beroep betwistte appellante de medische beoordeling en stelde dat zij door polyneuropathie en andere aandoeningen niet in staat was de geduide functies te verrichten. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij verzekeringsartsen en behandelaren zoals neurologen en revalidatieartsen waren betrokken. De Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) werd aangepast na bezwaarschrift, maar bleef ongewijzigd ten aanzien van de mate van arbeidsongeschiktheid.
De medische stukken over de periode na de peildatum boden geen aanleiding tot herziening van de FML. De Raad vond de functies passend en concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.