ECLI:NL:CRVB:2014:2811
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek periodieke uitkering op grond van Wubo wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, geboren in 1946 en erkend als oorlogsgetroffene met blijvende psychische invaliditeit, had in 2005 een aanvraag voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo) ingediend die werd afgewezen omdat zijn werkbeëindiging in 2002 niet werd geacht verband te houden met zijn oorlogsinvaliditeit.
In 2013 verzocht appellant om herziening van deze afwijzing, maar dit verzoek werd eveneens afgewezen. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat verweerder terecht heeft geweigerd de uitkering toe te kennen, omdat appellant geen nieuwe feiten of gegevens heeft aangevoerd die het eerdere besluit in een nieuw licht plaatsen.
Appellant stelde dat zijn hypofyse-adenoom, die in 2001 werd vastgesteld en leidde tot arbeidsongeschiktheid, sluimerend was en al in zijn jonge jaren aanwezig was. De medische adviezen van verweerder wezen echter uit dat deze aandoening niet door psychische klachten wordt veroorzaakt en dat de werkbeëindiging verband hield met de adenoom, niet met de oorlogsinvaliditeit.
De Raad concludeert dat het bestreden besluit voldoende is gemotiveerd en dat appellant geen gegevens heeft overgelegd die het standpunt van verweerder ondermijnen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een periodieke uitkering wordt ongegrond verklaard.