ECLI:NL:CRVB:2014:2840
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in sociale zekerheidszaak ongegrond verklaard
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep van appellante niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden van het hoger beroep niet binnen de gestelde termijn zijn ingediend. Appellante stelde verzet in tegen deze beslissing, stellende dat correspondentie ten onrechte aan het privéadres van haar gemachtigde was gezonden en dat een medewerker van de Raad telefonisch had bevestigd dat de zaak na betaling van het griffierecht in behandeling zou worden genomen.
De Raad oordeelt echter dat appellante geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aantonen dat zij niet in verzuim was. De gemachtigde had immers zelf het privéadres als correspondentieadres opgegeven en heeft geen verklaring gegeven waarom de correspondentie over het griffierecht wel is afgehandeld, maar de gronden niet tijdig zijn ingediend.
De Raad verklaart het verzet ongegrond, maar bepaalt dat het betaalde griffierecht van € 478,- aan appellante wordt terugbetaald. Er is geen aanleiding om appellante te veroordelen in de proceskosten van het verzet. Hiermee komt een einde aan de procedure.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.