ECLI:NL:CRVB:2014:2853
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens onvoldoende medische beperkingen na ongeval
Appellant was werkzaam als administratief en expeditiemedewerker toen hij zich ziek meldde vanwege fysieke en psychische klachten na een auto-ongeval. De verzekeringsarts stelde vast dat appellant voldoende belastbaar was om te werken en verklaarde hem hersteld, waarna de Ziektewetuitkering werd beëindigd.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn klachten, waaronder een posttraumatische stressstoornis (PTSS), waren onderschat. Hij overlegde medische informatie van een fysiotherapeut, huisarts en psychologen ter onderbouwing. De rechtbank oordeelde echter dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren en dat er geen objectief vastgestelde beperkingen waren.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en concludeerde dat er onvoldoende aanwijzingen waren voor PTSS op de datum van beëindiging en dat de verzekeringsartsen een goed beeld hadden van de aard en zwaarte van de werkzaamheden. Ook waren er geen fysieke beperkingen vastgesteld die arbeid onmogelijk maakten.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering wordt beëindigd wegens onvoldoende medische beperkingen voor arbeidsongeschiktheid.