ECLI:NL:CRVB:2014:2868

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 augustus 2014
Publicatiedatum
27 augustus 2014
Zaaknummer
14-567 ANW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht in hoger beroep sociale zekerheidsrecht

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht. In het verzet heeft zij aangevoerd dat zij het griffierecht in augustus 2013 heeft betaald, doch voor een andere procedure bij de Raad.

Zij bood aan het griffierecht opnieuw te voldoen en verzocht om een nieuwe acceptgirokaart. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat voor elk hoger beroep afzonderlijk griffierecht verschuldigd is en dat het wettelijke stelsel geen ruimte biedt voor een nieuwe termijn voor betaling.

Daarom wordt het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding om appellante te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 augustus 2014.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard omdat het griffierecht voor het hoger beroep niet is betaald.

Uitspraak

Datum uitspraak: 13 augustus 2014
14/567 ANW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 30 december 2013, 12/1042 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)
De Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: D.W.M. Kaldenhoven
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht van 23 mei 2014 heeft de Raad het hoger beroep van appellante tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
In het verzetschrift heeft appellante gesteld dat zij het griffierecht heeft betaald in augustus 2013. Appellante heeft aangegeven bereid te zijn het griffierecht opnieuw te voldoen en heeft verzocht om toezending van een nieuwe acceptgirokaart.
De Raad is van oordeel dat appellante in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest. Appellante heeft voor een andere procedure bij de Raad, geregistreerd onder nummer 13/3937, in augustus 2013 griffierecht voldaan. Voor het nu voorliggende hoger beroep is afzonderlijk griffierecht verschuldigd. Het wettelijke stelsel biedt geen ruimte om appellante een nieuwe termijn voor de betaling van het griffierecht te gunnen.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons

NW

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) déclare le recours non fondé.
Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 13 août 2014.