ECLI:NL:CRVB:2014:2887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en niet verstrekken bankgegevens
Appellanten ontvingen bijstand sinds december 2008. Na een bestandsvergelijking in 2010 bleek dat appellant regelmatig voertuigen kortstondig op zijn naam had staan, wat aanleiding gaf tot onderzoek door de sociale recherche. Tijdens het onderzoek werd vastgesteld dat appellanten niet alle bankafschriften hadden overgelegd en geen melding hadden gemaakt van autotransacties, wat een schending van de inlichtingenverplichting opleverde.
Het college schortte de bijstand op en trok deze later in over verschillende maanden, met terugvordering van €6.950,53. Appellanten maakten bezwaar, maar de rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep verklaarden het beroep ongegrond. Appellanten konden niet aannemelijk maken dat zij de Nederlandse taal onvoldoende beheersten of dat de autotransacties slechts vriendendiensten betroffen.
Ook konden zij niet aantonen dat de transacties geen invloed hadden op het recht op bijstand. Het niet tijdig verstrekken van bankafschriften binnen de hersteltermijn was verwijtbaar. De Raad bevestigde daarom de intrekking van de bijstand en de terugvordering, zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de terugvordering worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting en het niet tijdig verstrekken van bankgegevens.