ECLI:NL:CRVB:2014:2959
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening besluit terugvordering bedrijfskrediet Bbz 2004
Appellanten hadden een bedrijfskrediet en een periodieke uitkering ontvangen op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004). Het college van burgemeester en wethouders van Zwolle had in 2007 een bedrag van ruim €32.000,- teruggevorderd, bestaande uit het krediet, rente en verstrekte uitkeringen. Appellanten verzochten in 2011 om herziening van dit besluit, maar het college wees dit af vanwege het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, stellende dat de aangevoerde gronden geen nieuwe feiten of omstandigheden vormden binnen de betekenis van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Appellanten hadden eerder bezwaar kunnen maken tegen het besluit en hadden ook de jaarrekening tijdig kunnen overleggen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad benadrukte dat het verzoek tot herziening alleen kan slagen indien nieuwe feiten of omstandigheden worden aangevoerd die na het oorspronkelijke besluit zijn ontstaan of niet eerder konden worden ingebracht. De Raad verwierp het argument dat het oorspronkelijke besluit kennelijk onjuist was, omdat dat geen reden is om af te wijken van artikel 4:6 Awb Pro.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het besluit tot terugvordering van het bedrijfskrediet wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.