ECLI:NL:CRVB:2014:2962
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten start onderneming ambachtelijk ijs
Appellant, een bijstandsgerechtigde geboren in 1945, wenst een zelfstandige onderneming te starten in de vervaardiging van ambachtelijk ijs. Hij heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van cursussen aan de Rijksuniversiteit Groningen en voor het opmaken van een notariële akte.
De aanvragen werden door het dagelijks bestuur van de Sociale Dienst Oost Achterhoek afgewezen omdat deze kosten niet noodzakelijk zijn en niet voortvloeien uit bijzondere individuele omstandigheden. Na bezwaar, beroep en hoger beroep bevestigde de rechtbank deze afwijzing.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de kosten verband houden met de vrijwillige keuze van appellant om een onderneming te starten. Volgens artikel 35, eerste lid, van de WWB behoren extra kosten voortkomend uit eigen keuzes voor rekening van de betrokkene te blijven. De cursus- en notariskosten kunnen daarom niet worden aangemerkt als noodzakelijke kosten van het bestaan.
De raad bevestigt de eerdere uitspraken en wijst de hoger beroepen af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvragen om bijzondere bijstand voor cursus- en notariskosten worden afgewezen omdat deze voortkomen uit een vrijwillige keuze tot ondernemerschap.