ECLI:NL:CRVB:2014:3067
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- W.H. Bel
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om toelating tot maatschappelijke opvang na ziekenhuisontslag
Appellante, een vrouw met de Ghanese nationaliteit, verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om maatschappelijke opvang na haar ontslag uit het ziekenhuis, omdat zij dreigde dakloos te worden. Het college wees dit verzoek af omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
Tijdens de bezwaarprocedure plaatste het college appellante en haar zoon tijdelijk in een hotel toen bleek dat zij niet langer in haar woning kon blijven. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het afwijzende besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het college het bezwaar had moeten honoreren vanwege de verstrekte opvang en dat zij snel naar een geschikte woning had moeten worden bemiddeld. De Raad oordeelde echter dat de opvang in het hotel geen aanleiding gaf tot herroeping van het primaire besluit en dat bemiddeling naar een woning niet onder de Wmo valt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om maatschappelijke opvang en wijst het hoger beroep af.