ECLI:NL:CRVB:2014:3086
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing individuele financiële tegemoetkoming vervoerskosten op grond van WMO
Appellanten, die beperkingen ondervinden door fibromyalgie en andere aandoeningen, vroegen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) om een individuele financiële tegemoetkoming voor vervoerskosten. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees dit verzoek af omdat zij konden voorzien in hun vervoersbehoefte met de Regiotaxi, een voorliggende voorziening.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond, stellende dat de adviezen van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voldoende onderbouwing boden dat appellanten medisch in staat zijn Regiotaxi te gebruiken. Appellanten voerden in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte op deze adviezen had vertrouwd en dat het vervoersprobleem van hun jongste zoon onvoldoende was ondervangen.
De Raad oordeelde dat appellanten geen nieuwe gronden hadden aangevoerd en onderschreef de eerdere overwegingen. De medisch adviseur van CIZ had rekening gehouden met de gezondheidsproblemen en concludeerde dat Regiotaxi geschikt was. Ook werd het verzoek om een persoonsgebonden budget (pgb) niet gegrond verklaard omdat appellanten dit niet formeel hadden aangevraagd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente af. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de individuele financiële tegemoetkoming voor vervoerskosten wordt bevestigd.