ECLI:NL:CRVB:2014:3098
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit toekenning uitbreiding hulp bij het huishouden op grond van de Wmo
Appellante verzocht om uitbreiding van de hulp bij het huishouden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het college kende op 17 augustus 2012 vier uur per week toe, gebaseerd op een advies van een ergonomisch adviseur. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij vanwege de medische beperkingen van haar zoon, die tijdelijk geen bijdrage kon leveren, recht had op zes uur hulp per week. De Raad beperkte de beoordeling tot de periode 18 augustus 2012 tot 14 januari 2013, omdat daarna een nieuw besluit gold.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende belang had bij een oordeel over de situatie van haar zoon vóór diens heupoperatie. Wel had zij belang bij een inhoudelijke beoordeling van haar eigen en haar echtgenoots mogelijkheden om huishoudelijk werk te verrichten. Een medisch advies van september 2013 stelde dat zij lichte huishoudelijke werkzaamheden konden verrichten. Dit advies werd als deugdelijk beoordeeld en niet weersproken door appellante.
De Raad concludeerde dat het college de mogelijkheden van appellante en haar echtgenoot niet had overschat en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van vier uur hulp bij het huishouden per week en wijst het hoger beroep af.