ECLI:NL:CRVB:2014:3136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inpassing in generieke functie adviseur B ondanks bezwaar ambtenaar
Appellante, werkzaam als juridisch adviseur bij een gemeente, werd in het kader van een reorganisatie met terugwerkende kracht per 1 januari 2010 ingepast in het generieke functieprofiel adviseur B, wat leidde tot een lagere salarisschaal dan zij wenste. Zij maakte bezwaar tegen deze inpassing en het bijbehorende besluit, maar dit werd door het college ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat het college onvoldoende rekening had gehouden met de niveaubepalende elementen van haar werkzaamheden, die volgens haar meer aansloten bij het profiel adviseur A. De Raad oordeelde echter dat de inpassing gebaseerd was op de organieke functiebeschrijving en niet op feitelijke werkzaamheden. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de keuze voor adviseur B niet onhoudbaar was, omdat meer dan de helft van haar taken bestond uit operationele en gemiddeld complexe aangelegenheden.
De Raad wees ook het beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel af, omdat het college het salarisniveau had gehandhaafd ondanks de lagere waardering en het conceptinrichtingsplan een voorlopig karakter had. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de inpassing van appellante in het profiel adviseur B en verklaart het hoger beroep ongegrond.