ECLI:NL:CRVB:2014:3142
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- M. Hillen
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Beperking van bijstand wegens verhuizing buiten gemeente niet onrechtmatig
Appellant ontving arbeidsongeschiktheidsuitkering tot 1 april 2012 en vroeg bijstand aan met ingang van die datum. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling en verleende later bijstand van 1 april tot 1 juni 2012, waarna deze werd ingetrokken omdat appellant niet meer in de gemeente woonde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant in hoger beroep stelde dat het college de bijstand had moeten voortzetten en schadevergoeding moest betalen wegens financiële problemen door het intrekken.
De Raad oordeelde dat volgens artikel 40 WWB Pro het recht op bijstand vervalt bij vertrek uit de gemeente. De door appellant aangevoerde omstandigheden rechtvaardigen geen voortzetting van bijstand. Het verzoek om schadevergoeding werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 september 2014.
Uitkomst: De bijstand werd beperkt tot de periode dat appellant in de gemeente woonde en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.