ECLI:NL:CRVB:2014:3146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep en proceskostenveroordeling bij intrekking bijstandsbesluit
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om zijn bijstand met ingang van 5 augustus 2013 in te trekken. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep heeft appellant zich gericht tegen deze uitspraak, maar het college heeft vervolgens het intrekkingsbesluit herroepen en de bijstand met terugwerkende kracht verleend. Appellant gaf aan alleen nog proceskostenvergoeding te willen en geen inhoudelijk oordeel over de uitspraak.
De Raad oordeelt dat appellant hierdoor geen procesbelang meer heeft en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Omdat het college volledig tegemoet is gekomen aan appellant, veroordeelt de Raad het college tot vergoeding van de proceskosten in beroep en hoger beroep, inclusief griffierecht.
De uitspraak bevestigt dat bij een tegemoetkoming door het bestuursorgaan in beginsel een proceskostenveroordeling volgt, tenzij bijzondere omstandigheden dit verhinderen, welke hier niet aanwezig zijn.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.