ECLI:NL:CRVB:2014:3151
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- J.F. Bandringa
- C.H. Rombouts
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet verstrekken gevraagde gegevens binnen hersteltermijn
Appellanten ontvingen vanaf oktober 2006 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een bestandsanalyse startte het college een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand, waarbij onder meer dossieronderzoek en huisbezoek plaatsvonden. Appellanten werden opgeroepen om originele bankafschriften van bepaalde ABN AMRO-rekeningen te overleggen.
Omdat appellanten niet alle gevraagde gegevens binnen de hersteltermijn hadden verstrekt, schortte het college de bijstand op en trok deze later met toepassing van artikel 54, vierde lid, WWB in. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond. Appellanten stelden in hoger beroep dat zij de gevraagde stukken wel tijdig hadden ingeleverd, maar konden dit niet aannemelijk maken.
De Raad oordeelde dat het enkele feit dat een baliemedewerker stukken in ontvangst had genomen niet betekent dat alle gevraagde gegevens compleet waren aangeleverd. Ook de stelling dat bepaalde gegevens niet konden worden verstrekt omdat zij niet bekend waren, werd verworpen. De Raad bevestigde dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken omdat appellanten niet binnen de hersteltermijn de noodzakelijke gegevens hadden verstrekt. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet tijdig verstrekken van gevraagde gegevens wordt bevestigd.