ECLI:NL:CRVB:2014:3203
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens geschiktheid voor geselecteerde functies
Appellant was werkzaam als heftruckchauffeur en viel uit wegens nek- en armklachten. Het UWV stelde in 2010 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geen recht had op een WIA-uitkering, gebaseerd op functies als assemblagemedewerker, medewerker lakkamer en archiefmedewerker. Na een ziekmelding in 2011 en medisch onderzoek in 2012 werd appellant geschikt geacht voor één van deze functies.
Het bezwaar van appellant tegen dit besluit werd ongegrond verklaard, waarna ook de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat zijn medisch dossier niet volledig was opgevraagd.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief spreekuuronderzoek en dossierstudie door verzekeringsartsen. Er waren geen nieuwe medische gegevens die het oordeel konden veranderen. De Raad vond geen reden om te twijfelen aan de geschiktheid van appellant voor de geselecteerde functies en bevestigde daarom de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.