ECLI:NL:CRVB:2014:3228
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam in de luchtvaartsector, meldde zich ziek met rugklachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard door het UWV en de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij beperkingen werden vastgesteld in fysieke houdingen en handelingen, en dat de arbeidskundige beoordeling passend was. Het rapport van een verzekeringsarts in beroep veranderde dit oordeel niet, omdat de bezwaarverzekeringsarts de beperkingen en medische informatie voldoende had gemotiveerd.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten en leverde aanvullende medische stukken aan. De Raad concludeerde dat deze stukken het oordeel niet wijzigen. De bezwaarverzekeringsarts had de nieuwe informatie beoordeeld en vond geen aanleiding tot een ander oordeel. De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies passend zijn en dat het verlies aan verdiencapaciteit onder de 35% blijft.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en weigering WIA-uitkering bevestigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.