ECLI:NL:CRVB:2014:3263
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking verzoek voorlopige voorziening wegens opvangtoelating
Verzoeker had een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen het college van burgemeester en wethouders van Maastricht vanwege het ontbreken van opvang. Tijdens de procedure werd verzoeker toegelaten tot het opvangcentrum en ontving hij een wekelijkse toelage voor eten, waardoor het spoedeisend belang voor de voorlopige voorziening verviel en het verzoek werd ingetrokken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college met de toelating tot opvang een voorlopige maatregel had getroffen die kan worden aangemerkt als tegemoetkomen aan het verzoek in de zin van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor was het verzoek om proceskostenvergoeding terecht.
Het college voerde verweer dat de situatie niet aan haar besluitvorming te wijten was en dat het realiseren van een oplossing tijd kostte, maar dit werd niet gevolgd. De voorzieningenrechter veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, begroot op €487,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €118,-.
De uitspraak benadrukt het belang van het treffen van voorlopige maatregelen door bestuursorganen om onevenredig nadeel te voorkomen en bevestigt de mogelijkheid tot proceskostenvergoeding bij intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening wegens tegemoetkoming.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan verzoeker.