ECLI:NL:CRVB:2014:3265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na motor- en auto-ongeval
Appellant meldde zich ziek na een motorongeval met nek-, schouder- en rugklachten, die verergerden na een auto-ongeval. Het UWV stelde vast dat appellant vanaf 19 juli 2012 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen. Na bezwaar en een nieuw onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd het eerdere besluit gehandhaafd.
Appellant stelde dat het onderzoek onvoldoende rekening hield met zijn pijnklachten en medicijngebruik, en dat zijn beperkingen onderschat waren. De Raad oordeelde echter dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep het onderzoek zorgvuldig had herzien op basis van uitgebreide medische informatie, inclusief van een revalidatiearts, en dat er geen aanwijzingen waren voor ernstiger beperkingen of onzorgvuldigheid.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant met de aangepaste functionele mogelijkheden meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen. De Raad wees het verzoek om een onafhankelijke deskundige af en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en geen recht heeft op een WIA-uitkering.