ECLI:NL:CRVB:2014:3277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering REA-uitkering wegens niet-tijdige aanvraag
Appellant heeft een uitkering krachtens de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA) aangevraagd over de periode van 19 oktober 2004 tot 1 juni 2006. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft deze aanvraag geweigerd omdat appellant niet tijdig een aanvraag heeft ingediend, hetgeen een vereiste is volgens artikel 24, eerste lid, van de Wet REA.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en wees op zijn eigen verantwoordelijkheid om tijdig aanspraak te maken op de uitkering. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet op de hoogte was van de wettelijke regeling en dat de arbeidsdeskundige onzorgvuldig had gehandeld door hem geen aanvraagformulier te verstrekken. Deze gronden werden door de Raad niet gevolgd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen tijdige aanvraag heeft ingediend en dat zelfs bij tijdige indiening geen recht zou hebben bestaan op de REA-uitkering omdat appellant geen WW-uitkering ontving vanaf 19 oktober 2004. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de REA-uitkering bevestigd wegens niet-tijdige aanvraag.