ECLI:NL:CRVB:2014:3321
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting over woonadres
Appellante ontving sinds 2008 bijstand als alleenstaande ouder en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Na een melding dat zij elders woonde, voerde de Sociale Recherche Twente een onderzoek uit, waarbij onder meer dossieronderzoek, getuigenverklaringen en een huisbezoek plaatsvonden. Op basis hiervan trok het college de bijstand per 1 januari 2011 in en vorderde de kosten terug tot april 2012 wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand bleven. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel degelijk op het uitkeringsadres woonde, ondanks minder aanwezigheid door psychische klachten en lage water- en energieverbruik. Zij stelde dat verklaringen van buurtbewoners onbetrouwbaar waren.
De Raad oordeelde dat het lage waterverbruik en de verklaringen van buurtbewoners een toereikende grondslag boden om te concluderen dat appellante niet op het uitkeringsadres woonde. Haar tegenbewijs was onvoldoende onderbouwd. Omdat zij niet had gemeld dat zij was verhuisd, had zij de inlichtingenverplichting geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en terugvordering worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting over het woonadres.