ECLI:NL:CRVB:2014:3331
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering indicatie persoonlijke verzorging wegens voorliggende Zvw-behandeling
Appellante, bekend met psychische problematiek en reumatische klachten, vroeg op grond van de AWBZ een indicatie aan voor persoonlijke verzorging en begeleiding. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) wees de gevraagde indicatie voor persoonlijke verzorging af en wees op een voorliggende voorziening via de Zorgverzekeringswet (Zvw).
Na bezwaar en heroverweging handhaafde CIZ het besluit, waarna de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen onderschat waren en dat de voorliggende behandeling niet terecht was aangenomen.
De Raad oordeelde dat de medische onderbouwing van de beperkingen voldoende was en dat er geen twijfel bestond over de door de medisch adviseur aangenomen beperkingen. De Raad bevestigde dat behandeling vanuit de Zvw voorliggend is op AWBZ-zorg en dat de aanvullende stukken geen aanleiding geven tot een ander oordeel.
De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de indicatie persoonlijke verzorging omdat behandeling vanuit de Zvw voorliggend is.