ECLI:NL:CRVB:2014:3340
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde WGA-uitkering bij 44,39% arbeidsongeschiktheid
Appellant, geboren in 1967 en laatstelijk werkzaam als ijzervlechter, meldde zich in september 2009 ziek vanwege nek-, elleboog- en lage rugklachten. In mei 2011 vroeg hij een WIA-uitkering aan. Het Uwv stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek een arbeidsongeschiktheid van 44,39% vast en kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe per 19 september 2011.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het Uwv verklaarde dit ongegrond. De rechtbank ’s-Gravenhage bevestigde dit oordeel in mei 2012. Appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep en betoogde dat hij recht had op een IVA-uitkering of een WGA-uitkering met een hogere mate van arbeidsongeschiktheid (80-100%), omdat zijn beperkingen volgens hem waren onderschat.
De Raad oordeelde dat de rechtbank de medische en arbeidskundige gronden afdoende en gemotiveerd had beoordeeld. De extra medische informatie van appellant betrof een latere datum en bood geen reden om de functionele beperkingen op de datum in geding te herzien. Ook was appellant geschikt voor de geduide functies en was er geen aanwijzing dat de belasting van die functies zijn belastbaarheid overschreed. De Raad bevestigde daarom het besluit tot toekenning van een WGA-uitkering bij 44,39% arbeidsongeschiktheid en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door M.M. van der Kade op 10 oktober 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering bij 44,39% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.