ECLI:NL:CRVB:2014:3347
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens overschrijding vermogensgrens door woning in Marokko
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college ontving een anonieme melding dat appellant eigenaar was van een woning in Marokko, geregistreerd in het Kadaster met een waarde die de vermogensgrens overschrijdt. Na onderzoek, waaronder een taxatie door een lokale makelaar, trok het college de bijstand met terugwerkende kracht in wegens het niet melden van dit vermogen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en bevestigde de intrekking. In hoger beroep voerden appellanten aan dat appellant geen eigenaar was van de woning en dat de taxatie onjuist was. De Raad stelde vast dat de woning wel degelijk op naam van appellant stond geregistreerd en dat appellanten onvoldoende bewijs leverden om het tegendeel aannemelijk te maken.
Ook de gestelde onjuistheid van de taxatie werd niet onderbouwd met een deskundigenrapport. De Raad concludeerde dat appellant redelijkerwijs over het vermogen kon beschikken en daarmee de vermogensgrens overschreed. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.