ECLI:NL:CRVB:2014:3380
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens onmogelijkheid beroep tegen proces-verbaal
Appellante stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV, maar trok dit beroep tijdens de zitting bij de rechtbank Noord-Nederland in. Zij uitte echter twijfels over de gevolgen van deze intrekking en vroeg om het proces-verbaal ter beoordeling.
De rechtbank stuurde het proces-verbaal toe en stelde dat de intrekking definitief was, waardoor het beroep was afgedaan. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat hoger beroep tegen een proces-verbaal niet mogelijk is en verklaarde het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Omdat appellante de intrekking van haar beroep wilde terugdraaien, wees de Raad op een eerdere uitspraak waarin werd bepaald dat de rechtbank hierover een beslissing moet nemen die vatbaar is voor hoger beroep. De Raad stuurde de stukken terug naar de rechtbank met het verzoek alsnog een beslissing te nemen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Zeijen in aanwezigheid van griffier Van Renswoude.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat hoger beroep tegen een proces-verbaal niet mogelijk is.