ECLI:NL:CRVB:2014:3389
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenverplichting dakloze
Verzoeker, een dakloze, diende een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Hij gaf op een formulier vier verblijfplaatsen nabij station Sloterdijk in Amsterdam op, waaronder slapen in de auto van zijn broer. De Dienst Werk en Inkomen (DWI) voerde controle uit op deze locaties, maar trof verzoeker niet aan. Het college wees de aanvraag af wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker ongegrond. Verzoeker stelde in hoger beroep dat de opgave door zijn klantmanager was ingevuld, dat hij zich verplaatste met de auto om problemen te vermijden, en dat hij bij controle gebeld zou worden om alsnog aanwezig te zijn. Ook stelde hij dat het tijdsverloop tussen opgave en controle te groot was. Hij voerde tevens spoedeisend belang aan wegens gebrek aan financiële middelen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat de opgave onjuist was of dat er een afspraak bestond over bellen bij controle. De controles vonden plaats op alle opgegeven locaties en verzoeker werd niet aangetroffen. Het tijdsverloop was niet onredelijk, mede gelet op zijn melding van kliniekopname. Verzoeker had ook geen wijziging van verblijf doorgegeven. Het hoger beroep faalde en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen.
De uitspraak bevestigt dat een dakloze aanvrager controleerbare en volledige gegevens moet verstrekken over verblijfplaatsen om recht op bijstand vast te stellen. Het ontbreken daarvan kan leiden tot afwijzing van de aanvraag. De voorzieningenrechter sprak geen proceskosten toe.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd.