ECLI:NL:CRVB:2014:3392
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Inkomsten uit kinderalimentatie terecht in mindering gebracht op bijstand
Appellante, alleenstaande ouder van twee dochters, ontving kinderalimentatie van haar ex-partner H. De rechtbank had bepaald dat H een bepaald bedrag aan kinderalimentatie moest betalen, welke later werd herzien. Na een periode van verrekening van teveel betaalde alimentatie en een restschuld uit de verkoop van hun gezamenlijke woning, betaalde H vanaf 1 mei 2012 weer een maandelijkse alimentatie van € 365,31.
Appellante vroeg bijstand aan, waarbij het college de alimentatie als inkomen in mindering bracht op de bijstand. Appellante stelde dat de betalingen niet als alimentatie konden worden aangemerkt maar als aflossing van de restschuld, en dat verrekening zonder haar instemming onaanvaardbaar was.
De Raad oordeelde dat de betalingen onmiskenbaar als kinderalimentatie waren aangeduid en dat op grond van artikel 6:43 BW Pro de betaling moet worden toegerekend aan de door de betaler aangewezen verbintenis. Hierdoor was de verrekening en mindering op de bijstand terecht. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De maandelijkse betalingen van kinderalimentatie zijn terecht in mindering gebracht op de bijstand van appellante.