ECLI:NL:CRVB:2014:3402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- M. Hillen
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering langdurigheidstoeslag ondanks overschrijding jaarnorm
Appellant had langdurigheidstoeslag aangevraagd, maar het college wees dit af omdat zijn gemiddeld inkomen in de referteperiode hoger was dan de geldende inkomensgrens. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het college het inkomen en de jaarnormen onjuist had vastgesteld en dat hij gebruik maakte van schuldhulpverlening.
De Raad constateerde dat het college het totale bijstandsbedrag over 2009 onjuist had vastgesteld en dat het bestreden besluit daarom niet in stand kon blijven. Het gemiddelde inkomen van appellant over de referteperiode 2008-2010 bedroeg €17.684,-, wat lager was dan de jaarnormen van 2009 en 2010, maar hoger dan die van 2008. Appellant had onvoldoende onderbouwd dat de jaarnormen onjuist waren vastgesteld vanwege samenwoning.
Verder was appellant niet aannemelijk gemaakt dat een deel van zijn inkomen was gebruikt voor schuldaflossing in het kader van een schuldregeling. De Raad vernietigde het besluit en de aangevallen uitspraak, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Het verzoek om vergoeding van wettelijke rente werd afgewezen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van langdurigheidstoeslag wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.