ECLI:NL:CRVB:2014:3429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder en bood in de periode van juli 2011 tot maart 2012 seksuele diensten aan tegen betaling. Het college van burgemeester en wethouders kreeg hiervan via de Belastingdienst en appellante zelf kennis. Appellante kon geen sluitende administratie overleggen en gaf tegenstrijdige verklaringen over haar inkomsten en klanten.
Het college trok de bijstand over de betreffende periode in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de informatie van de Belastingdienst niet als bewijs mocht dienen en dat het college het recht op bijstand had kunnen vaststellen op basis van haar gegevens.
De Raad oordeelde dat het college voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden en dat daardoor niet kon worden vastgesteld of zij recht had op bijstand. De door appellante verstrekte gegevens waren onvoldoende en inconsistent. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking en terugvordering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.