Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat het Uwv het door appellante in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 156,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante had beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV, waarop de Raad voor Rechtspraak op 9 mei 2014 een tussenuitspraak deed. Vervolgens nam het UWV op 18 juli 2014 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarmee appellante zich kon verenigen. Hierdoor ontstond geen inhoudelijk geschil meer tussen partijen.
De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek. Omdat geen procesbelang meer bestond, werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Appellante verzocht om vergoeding van de gemaakte kosten voor rechtsbijstand, maar dit werd afgewezen omdat zij in persoon had geprocedeerd en geen andere kosten waren aangetoond.
De Centrale Raad van Beroep bepaalde dat het betaalde griffierecht door het UWV aan appellante wordt vergoed. De uitspraak werd gedaan door T.L. de Vries, in aanwezigheid van griffier R.L. Rijnen, op 17 oktober 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.