ECLI:NL:CRVB:2014:3442

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 oktober 2014
Publicatiedatum
22 oktober 2014
Zaaknummer
13-3692 WW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken procesbelang in socialezekerheidszaak

In deze zaak is het hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg over een socialezekerheidskwestie. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) heeft op 11 juli 2014 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen die het beroep van appellant grotendeels tegemoetkomt, met uitzondering van de vergoeding van de kosten van het bezwaar.

Appellant heeft de Raad verzocht het UWV te veroordelen in de kosten van bezwaar, de proceskosten in beroep en hoger beroep, en het betaalde griffierecht. Het UWV heeft toegezegd alsnog de kosten van het bezwaar te vergoeden en zich verder geconformeerd aan het oordeel van de Raad. Hierdoor bestaat er geen inhoudelijk geschil meer tussen partijen.

De Raad verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant, begroot op €487,- in beroep en €730,50 in hoger beroep, en bepaalt dat het UWV het betaalde griffierecht van €160,- vergoedt.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

13/3692 WW
Datum uitspraak: 22 oktober 2014
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 4 juni 2013, 12/1413
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. drs. C.M.J.E.P. Meerts, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 11 juli 2014 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 17 juli 2014 is namens appellant verzocht het Uwv te veroordelen in de kosten van het bezwaar, de proceskosten in beroep en hoger beroep en het betaalde griffierecht.
Het Uwv heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Met de nieuwe beslissing op bezwaar van 11 juli 2014 heeft het Uwv opnieuw op het bezwaar van appellant beslist. Appellant heeft de Raad bericht dat de nieuwe beslissing op bezwaar van 11 juli 2014 geheel tegemoet komt aan het beroep, behalve dat in deze beslissing de kosten van het bezwaar niet zijn vergoed. Daarnaast heeft appellant de Raad verzocht om het Uwv te veroordelen in de proceskosten in beroep en hoger beroep en het betaalde griffierecht.
Bij brief van 22 juli 2014 heeft het Uwv toegezegd om alsnog de kosten van het bezwaar te vergoeden en zich voor het overige geconformeerd aan het oordeel van de Raad.
Nu er tussen partijen geen door de Raad te beslechten inhoudelijk geschil meer bestaat, moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
De Raad ziet aanleiding om op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 487,- in beroep en € 730,50 in hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.217,50;
- bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van
in totaal € 160,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door A.I. van der Kris, in tegenwoordigheid van
K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2014.
(getekend) A.I. van der Kris
(getekend) K.R. van Renswoude

HD