ECLI:NL:CRVB:2014:3444
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag militair wegens bezit kinderporno en verboden vuurwerk
Appellant, sergeant bij de Koninklijke Landmacht, werd ontslagen wegens wangedrag buiten de dienst na vondst van kinderporno en verboden vuurwerk tijdens een huiszoeking in zijn woning.
Hoewel appellant werd vrijgesproken in strafrechtelijke zin wegens gebrek aan bewijs, oordeelde de Raad dat in het bestuursrecht minder strikte bewijsregels gelden en dat de minister terecht het ontslag oplegde. Appellant voerde aan dat hij niet verantwoordelijk was omdat anderen de computer gebruikten, maar dit werd onvoldoende onderbouwd.
Verder stelde appellant dat hij niet adequaat was geïnformeerd over zijn zwijgrecht en het recht op juridische bijstand, maar de Raad vond dat hij hierover voldoende was geïnformeerd en dat hij ervoor koos zich door een vakbondsmedewerker te laten bijstaan.
Het hoger beroep van appellant werd ongegrond verklaard en het voorwaardelijk incidenteel beroep van de minister verviel. De Raad bevestigde daarmee het ontslagbesluit en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het ontslagbesluit bevestigd.