ECLI:NL:CRVB:2014:3460
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen medische beperkingen
Appellant, voormalig gevelreiniger, viel uit wegens restverschijnselen na een cerebellair infarct en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was per 28 januari 2010, waardoor geen recht op uitkering ontstond. Appellant meldde zich later met vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid per 1 april 2010, maar het UWV concludeerde na onderzoek door verzekeringsartsen dat er geen toename van medische beperkingen was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd meegewogen dat psychische klachten en revalidatiebehandeling na 2011 geen aanleiding gaven tot een andere beoordeling van de situatie per 1 april 2010. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en vroeg om benoeming van een medisch deskundige, wat de Raad afwees.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beperkingen op 28 januari 2010, vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst van 17 februari 2010, leidend zijn. De verzekeringsarts bezwaar en beroep bevestigde dat er geen toename was van beperkingen door dezelfde ziekteoorzaak. De Raad vond geen reden om deze gemotiveerde beoordeling te verwerpen en bevestigde de eerdere uitspraak, zonder proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen medische beperkingen per 1 april 2010.