ECLI:NL:CRVB:2014:3472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging UWV-besluit over WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als medewerker polisadministratie, meldde zich ziek wegens psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV besloot dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was en onvoldoende rekening hield met zijn fysieke en geestelijke gesteldheid. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook aanvullende informatie van huisarts en GGZ-instelling was meegewogen. Appellant bracht geen nieuwe medische gegevens in om twijfel te zaaien over de juistheid van de functionele mogelijkhedenlijst (FML).
De Raad bevestigde dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling was gebaseerd passend waren voor appellant. Gezien deze overwegingen wees de Raad het hoger beroep af en bevestigde de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd voor zover aangevochten.