ECLI:NL:CRVB:2014:3492
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante, werkzaam in de ouderenzorg, meldde zich ziek met klachten gerelateerd aan een vitamine B12-tekort en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde na onderzoek vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op uitkering bestond. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep betwistte appellante de medische grondslag, met name de onderschatting van de gevolgen van vitamine B12-deficiëntie en cognitieve beperkingen na een psychose.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsartsen terecht geen grotere beperkingen hadden vastgesteld. De nieuwe medische gegevens brachten geen andere inzichten, omdat geen objectieve verklaring voor de klachten werd gevonden en de cognitieve problemen niet konden worden toegeschreven aan de psychose.
Hierdoor slaagde het hoger beroep niet en werd de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen.