Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek tot veroordeling van het Uwv tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zij geschikt is voor haar maatgevende arbeid als productiemedewerkster gedurende 18 uur per week. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat haar lichamelijke en psychische klachten onvoldoende zijn meegewogen en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was.
De Raad overwoog dat het geschil zich beperkt tot de vraag of appellante met haar medische beperkingen in staat is haar werk te verrichten. De verzekeringsarts had een depressieve periode vastgesteld met vermoeidheid en concentratieproblemen, en had beperkingen opgenomen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De Raad vond geen aanleiding om het oordeel van de verzekeringsarts of de rechtbank te verwerpen. Ook het argument dat de Wmo-voorziening invloed zou moeten hebben op de beoordeling werd verworpen omdat de beoordelingskaders verschillen.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om vergoeding van schade en proceskosten af. Er was geen aanleiding voor het inschakelen van een deskundige. De uitspraak werd gedaan door D.J. van der Vos op 31 oktober 2014.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.