ECLI:NL:CRVB:2014:3567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- E.J.M. Heijs
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bijzondere omstandigheid voor niet-verlening vaste aanstelling ambtenaar
Appellante had een tijdelijke aanstelling bij wijze van proef die niet werd verlengd met een vaste aanstelling. Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage motiveerde dit met de noodzaak tot bezuinigingsmaatregelen binnen de Dienst Stedelijke Ontwikkeling (DSO).
De Raad stelde vast dat het oorspronkelijke besluit onvoldoende was gemotiveerd en vernietigde dit. Het college leverde vervolgens een nadere motivering aan, waarin werd toegelicht dat de gemeente een formatiekrimp van 30% voorzag en een vacaturestop had ingesteld.
De Raad oordeelde dat deze bijzondere omstandigheid van gewichtige aard voldoende was om van een vaste aanstelling af te zien, ondanks eerdere verwachtingen van appellante. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, en de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand.
Daarnaast werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellante, bestaande uit kosten van rechtsbijstand in beroep en hoger beroep.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit tot niet-verlening van een vaste aanstelling blijven in stand ondanks vernietiging van het besluit.