ECLI:NL:CRVB:2014:3575
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandaanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten na intrekking eerdere bijstand
Appellante ontving sinds 1998 bijstand, die in 2012 werd ingetrokken vanwege inkomsten uit huishoudelijke werkzaamheden. Na meerdere afwijzingen van nieuwe bijstandaanvragen, stelde het college dat er geen nieuwe feiten waren die een andere beslissing rechtvaardigden.
De sociale recherche voerde onderzoek uit en hoorde getuigen die verklaarden dat appellante ook in de te beoordelen periode huishoudelijke werkzaamheden verrichtte. De rechtbank vernietigde het collegebesluit vanwege schending van hoor en wederhoor, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij alleen als oproepkracht werkte en dat het onderzoek onzorgvuldig was. De Raad oordeelde dat de getuigenverklaringen voldoende concreet en betrouwbaar waren en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat haar omstandigheden waren gewijzigd.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het college terecht de aanvraag afwees wegens het ontbreken van nieuwe feiten die recht geven op bijstand. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandaanvraag wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.