ECLI:NL:CRVB:2014:3604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag AWBZ-zorg voor persoonlijke verzorging en begeleiding bevestigd
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) voor de zorgfuncties persoonlijke verzorging en begeleiding. Deze aanvraag werd door het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ) afgewezen op basis van een medisch advies van T.L. Boelsums, waarin werd geconcludeerd dat appellant lichte beperkingen heeft en dat voorliggende voorzieningen en therapieën adequaat zijn.
Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant geen objectieve en verifieerbare gegevens had overgelegd die de medische beoordeling van Boelsums konden weerleggen. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn somatische en psychische problemen onvoldoende waren meegewogen.
De Raad oordeelde dat appellant ook in hoger beroep geen nieuwe informatie had aangeleverd die het standpunt van het CIZ kon ondermijnen. Het medisch advies was gebaseerd op uitgebreide dossierinformatie van diverse behandelaars. Daarom was er geen reden om te twijfelen aan de juistheid van het bestreden besluit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de afwijzing van de AWBZ-zorgaanvraag wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.