ECLI:NL:CRVB:2014:3640
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing voortzetting begeleiding tijdens gedwongen opname in instelling
Appellante is sinds 5 januari 2011 gedwongen opgenomen in een instelling. Het eerste jaar van haar verblijf valt onder de Zorgverzekeringswet (Zvw), inclusief begeleiding tijdens verlof. Vanaf 5 januari 2012 is zij geïndiceerd voor een zorgzwaartepakket GGZ04B, klasse 7, wat inhoudt dat zij recht heeft op AWBZ-zorg gedurende zeven etmalen per week, inclusief begeleiding tijdens verlof.
CIZ heeft het verzoek van appellante om de zorgfunctie begeleiding ook tijdens de opname voort te zetten afgewezen, met als reden dat de indicatie voor AWBZ-zorg reeds voorziet in volledige begeleiding. De rechtbank Rotterdam heeft dit besluit in eerste aanleg bevestigd en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogt appellante onder meer dat de indicatie ten onrechte is gesteld en dat zij het niet eens is met de gedwongen opname en medicatie, maar deze gronden zijn niet relevant voor het bestreden besluit en de Raad heeft geen rechtsmacht op deze punten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het beroep ongegrond is en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag tot voortzetting van begeleiding tijdens gedwongen opname.