ECLI:NL:CRVB:2014:3662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding voor overschrijding redelijke termijn in rechterlijke fase
Verzoeker stelde een schadevergoeding te vorderen wegens overschrijding van de redelijke termijn in zowel de bestuurlijke als rechterlijke fase van een procedure tegen het College voor zorgverzekeringen (Cvz), later Zorginstituut Nederland. De Raad had eerder vastgesteld dat de rechterlijke fase langer dan toegestaan had geduurd, terwijl de bestuurlijke fase reeds onherroepelijk was beoordeeld.
De Staat erkende een overschrijding van acht maanden in de rechterlijke fase en stelde een vergoeding van €1.000 passend. Verzoeker onderschreef dit, maar vorderde daarnaast een hogere vergoeding voor de bestuurlijke fase, die volgens hem met 42 maanden was overschreden.
De Raad oordeelde dat de vergoeding van €1.000 voor de rechterlijke fase toewijsbaar is, maar wees de vordering voor de bestuurlijke fase af omdat hierover reeds definitief was beslist. De Staat werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding van €1.000 aan verzoeker.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €1.000 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de rechterlijke fase.