ECLI:NL:CRVB:2014:3729
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens offensief geweld tegen geboeide arrestant door Kmar-militair
Appellant, werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee sinds 2000, werd ontslagen wegens wangedrag na het toepassen van offensief geweld tegen een geboeide arrestant die op de grond lag. Het incident vond plaats op 21 november 2011, waarbij appellant meerdere keren de arrestant sloeg en schopte, zoals bevestigd door camerabeelden en verklaringen.
De minister verleende ontslag per 1 maart 2012, wat door de rechtbank werd bevestigd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij corrigerend handelde en dat het ontslag onevenredig was gezien zijn onberispelijke staat van dienst en emotionele omstandigheden.
De Raad oordeelde dat het geweld onnodig en ernstig was, dat de emotionele omstandigheden geen vrijbrief vormden, en dat aan militairen hoge eisen worden gesteld. Het ontslag werd daarom bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens het toepassen van offensief geweld tegen een geboeide arrestant wordt bevestigd.