ECLI:NL:CRVB:2014:3744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding na schuldig nalatig verklaring AOW
Verzoeker was schuldig nalatig verklaard voor het jaar 2003 vanwege een openstaande schuld aan de belastingdienst. Na bezwaar heeft de Sociale Verzekeringsbank (Svb) het besluit herroepen en verzoeker niet langer schuldig nalatig geacht. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Verzoeker stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding toekende, omdat hij kosten had gemaakt, waaronder advocaat-, reis- en verletkosten. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker in alle fasen in persoon had geprocedeerd en de opgegeven advocaatkosten niet betrekking hadden op deze procedure. Ook waren de reis- en verletkosten niet onderbouwd.
Verder was niet gebleken dat verzoeker tijdig een verzoek tot vergoeding van reiskosten had ingediend bij het bestuursorgaan, zoals vereist volgens de Awb. De voorzieningenrechter wees het hoger beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; geen proceskostenvergoeding toegekend.