ECLI:NL:CRVB:2014:3750
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant, werkzaam als medewerker in een kippenslachterij, ontving sinds 1997 een WAO-uitkering wegens psychische en lichamelijke klachten. Na een herbeoordeling in 2011 concludeerden verzekeringsarts en psychiater dat appellant geen ernstige psychische stoornis had, maar een aanpassingsstoornis met beperkingen die resulteerden in een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
Het UWV trok daarom per 3 februari 2012 de WAO-uitkering in. Appellant maakte bezwaar en beroep, maar deze werden ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig en overtuigend was, met beslissende betekenis toegekend aan de psychiatrische expertise.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat zijn beperkingen groter zijn, onderbouwd met eerdere diagnoses en recente medische informatie. De Raad concludeerde echter dat deze nieuwe gegevens geen betrekking hadden op de datum in geding en dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende waren gemotiveerd.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.