ECLI:NL:CRVB:2014:3751
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens voldoende belastbaarheid medewerker huishouding
Appellante, werkzaam als medewerker huishouding en services voor gemiddeld 4,03 uur per week, meldde zich ziek met migraineklachten vanaf 5 september 2009. Na onderzoek door verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat zij geschikt was voor stressbeperkt en enigszins bekkensparend werk, met beperkingen ten aanzien van lawaai, fel licht en overwerk. Het UWV besloot op 8 december 2011 dat appellante geen recht had op een WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
In bezwaar en beroep bevestigde een verzekeringsarts de belastbaarheid en werd het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank ’s-Gravenhage oordeelde eveneens dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen onvoldoende medisch objectiveerbaar waren om het eigen werk onmogelijk te maken. De arbeidsdeskundige motiveerde overtuigend dat de belasting in de maatgevende arbeid binnen de mogelijkheden van appellante lag.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar zonder nieuwe medische onderbouwing. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en stelde vast dat appellante geschikt was voor haar maatgevende arbeid. De subsidiaire grondslag over de geschiktheid voor andere functies behoefde geen bespreking. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.